Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissarissen. Dit verslag omvat ons oordeel over de jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermeldingen.
Verklaring zonder voorbehoud over de jaarrekening, met toelichtende paragraaf
Wij hebben de controle uitgevoerd van de jaarrekening over het boekjaar afgesloten op 31 december 2007, opgesteld overeenkomstig het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel, met een balanstotaal van € 35.790.135 en waarvan de resultatenrekening afsluit met een winst van het boekjaar van € 4.363.854.
Verantwoordelijkheid van de raad van bestuur voor het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening
Het opstellen van de jaarrekening valt onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur. Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het opzetten, implementeren en in stand houden van een interne controle met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening die geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of het maken van fouten bevat; het kiezen en toepassen van geschikte waarderingsregels; en het maken van boekhoudkundige schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.
Verantwoordelijkheid van het college van commissarissen
Het is onze verantwoordelijkheid een oordeel over deze jaarrekening tot uitdrukking te brengen op basis van onze controle. Wij hebben onze controle uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen en volgens de in België geldende controlenormen, zoals uitgevaardigd door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Deze controlenormen vereisen dat onze controle zo wordt georganiseerd en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen afwijkingen van materieel belang bevat.
Overeenkomstig deze controlenormen hebben wij controlewerkzaamheden uitgevoerd ter verkrijging van controle-informatie over de in de jaarrekening opgenomen bedragen en toelichtingen. De keuze van deze controlewerkzaamheden hangt af van onze beoordeling alsook van onze inschatting van het risico dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of het maken van fouten.
Bij het maken van onze risico-inschatting houden wij rekening met de bestaande interne controle van de vennootschap met betrekking tot het opstellen en de getrouwe weergave van de jaarrekening ten einde in de gegeven omstandigheden de gepaste werkzaamheden te bepalen, maar niet om een oordeel te geven over de effectiviteit van de interne controle van de vennootschap. Zoals beschreven in het tweede deel van dit verslag hebben wij gepaste alternatieve controleprocedures uitgevoerd om de beperkingen in de interne controle op te vangen. Wij hebben tevens de gegrondheid van de waarderingsregels, de redelijkheid van de betekenisvolle boekhoudkundige schattingen gemaakt door de vennootschap, alsook de voorstelling van de jaarrekening, als geheel beoordeeld. Ten slotte hebben wij van de raad van bestuur en van de verantwoordelijken van de vennootschap de voor onze controlewerkzaamheden vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie een redelijke basis vormt voor het uitbrengen van ons oordeel.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening afgesloten op 31 december 2007 een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, overeenkomstig het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.
Zonder de hierboven vermelde verklaring zonder voorbehoud in het gedrang te brengen, vestigen wij de aandacht op het jaarverslag, waarin de Raad van Bestuur, overeenkomstig de Belgische wettelijke verplichtingen, een aantal onzekerheden heeft toegelicht, waarvan de toekomstige financiële impact op dit ogenblik niet kan worden bepaald. Dit is als volgt in het jaarverslag van de Raad van Bestuur toegelicht:
“Wij willen de aandeelhouders erop wijzen dat er een aantal onzekerheden bestaan, die een mogelijk effect kunnen hebben op de financiële toestand van de vennootschap, maar waarvan het effect momenteel onmogelijk kan worden bepaald. Wij verwijzen naar:
- De procedure die door de stad Beringen bij diverse gerechtshoven werd ingeleid tegen de fusie, en waarvan de uitkomst niet kan worden voorspeld.
- De saneringsopdracht, in het kader van het bodemsaneringsdecreet, die blijkens een oriënterend bodemonderzoek mogelijk te doen is doch waarvan de financiële gevolgen momenteel onbekend zijn. De toekomstige kosten moeten, conform de statutaire bepalingen, ten laste worden genomen door de vroegere eigenaars (de deelnemers van de betrokken voorfusie vereniging).
- Een onzekere vordering op de BTW die conform de aandeelhoudersovereenkomst een mogelijke financiële impact heeft voor een bepaalde categorie van deelnemers. De oorzaak is een geschil (daterend van voor de fusie) met de BTW-administratie omtrent de toepassing van aftrek op kosten voor het indirect inzamelen van verpakkingsafval (cf. verpakkingsafval in de vuilniszak) dat nog steeds niet is uitgeklaard. Het omstreden principe wordt inmiddels veralgemeend toegepast, aangezien het is opgenomen in de BTW-herziening van 2007.â€
Ten aanzien van de in voorgaand punt opgenomen vordering op de BTW vermelden wij dat deze een bedrag ad ca. 1,4 miljoen EUR vertegenwoordigt per 31 december 2007 en opgenomen is in de rubriek 41 “overige vorderingen†in de jaarrekening.
Het opstellen en de inhoud van het jaarverslag, alsook het naleven door de vennootschap van het Wetboek van vennootschappen en van de statuten, vallen onder de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
Het is onze verantwoordelijkheid om in ons verslag de volgende bijkomende vermeldingen op te nemen die niet van aard zijn om de draagwijdte van onze verklaring over de jaarrekening te wijzigen:
- Het jaarverslag behandelt de door de wet vereiste inlichtingen en stemt overeen met de jaarrekening. Wij kunnen ons echter niet uitspreken over de beschrijving van de voornaamste risico’s en onzekerheden waarmee de vennootschap wordt geconfronteerd, alsook van haar positie, haar voorzienbare evolutie of de aanmerkelijke invloed van bepaalde feiten op haar toekomstige ontwikkeling. Wij kunnen evenwel bevestigen dat de verstrekte gegevens geen onmiskenbare inconsistenties vertonen met de informatie waarover wij beschikken in het kader van ons mandaat.
- Zoals in het eerste deel van dit verslag vermeld, wordt de onderneming gekenmerkt door een relatief beperkte omvang, structuur en organisatie. Daarom hebben wij onze controlemethodiek moeten aanpassen en hebben wij onze werkzaamheden dan ook toegespitst op een diepgaand substantief nazicht van de jaarrekening.
- Onverminderd formele aspecten van ondergeschikt belang, werd de boekhouding gevoerd overeenkomstig de in België van toepassing zijnde wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften.
- Met uitzondering van hetgeen vermeld is in volgende paragraaf dienen wij u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen die in overtreding met de statuten of het Wetboek van vennootschappen zijn gedaan of genomen. De verwerking van het resultaat die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, stemt overeen met de wettelijke bepalingen.
- Wij dienen evenwel mede te delen dat de verwerking van het resultaat die aan de algemene vergadering wordt voorgesteld, niet overeenstemt met de statutaire bepalingen ten aanzien van de nog uit te keren “Tris preferente dividendenâ€. In het jaarverslag van de Raad van Bestuur is dit als volgt toegelicht:
“De aandeelhoudersovereenkomst (pagina’s 42, 52 en 67) en de statuten (artikel 46), die op 31 december 2005 voor de fusievereniging werden opgemaakt, voorzien in een aanvullende uitkering van dividenden (tris preferente dividenden genoemd). Deze aanvullende dividenden behelzen de uitkering van vroegere winsten (i.c. van beschikbare reserves) en een deel ervan zou (tot een ijkpunt) conform de gemaakte afspraken in 2006 al worden uitbetaald. De statuten stellen echter een verplichte herberekening van de waarde van die preferente dividenden voorop, op basis van de toestand van 31/12/05 (alsook dat hun waarde dient aangepast bij een afwijking van meer dan 5%), voordat ze uitbetaald kunnen worden. Deze herberekening geschiedde door de Raad van Bestuur op 23/04/08 maar kon in de rekening van 2007 nog niet worden verwerkt. De door de Raad van Bestuur voorgestelde herberekening is anders dan contractueel en statutair werd voorzien. Ze omvat namelijk ook een rechtzetting van zekere fouten die zich voordeden bij het vastleggen van de bis preferente dividenden. De onderhandelaars van de fusie waren het eens dat die fouten te belangrijk waren om te negeren maar ook dat aan de verdeelsleutel der bis preferente dividenden niet meer kon geraakt worden en dat alle benodigde rechtzettingen in de tris dividenden zouden gebeuren. Het gevolg is dat de uitbetaling van tris preferente dividenden slechts kan doorgaan als er een gekwalificeerde en/of unanieme toestemming is van alle aandeelhouders. Daarom is in de voorliggende jaarrekening 2007 een uitbetaling van tris preferente dividenden nog niet voorzien.†|