b. We zorgen voor een prijsstabiliteit
- Daarom zit in de kostprijs een stabiliteitsmarge
- Dit zorgt voor een prijsstabiliteit gedurende een langere periode
- Het voorkomt onvoorziene extra kosten voor de gemeente op het einde van een werkingsjaar.
c. Overal in het verzorgingsgebied wordt eenzelfde tarief gerekend voor eenzelfde dienstverlening
- Verwerkingskost is voor iedereen gelijk.
- Ophaalkost is voor iedereen gelijk binnen hetzelfde systeem.
d. We rekenen de volledige (reële) kostprijs aan aan de gemeente
- De kostprijs voor de verwerking van GFT bij wijzigende volumes –hetgeen waarschijnlijk is bij een wijziging van het inzamelsysteem- ontbreekt op dit ogenblik.
- Zolang we die niet hebben is het moeilijk om onze tarieven en strategie definitief te bepalen.
1. We moeten wachten op kostprijsberekeningen voor de verwerking van gft..
2. Ons voorstel is om geen wijzigingen door te voeren aan inzamelmethoden en tarieven zolang de verwerkingstarieven voor wijzigende volumes niet gekend zijn. Het financiële risico is anders veel te groot.
e. De gemeente kan kiezen hoeveel ze doorrekent aan de inwoner
- Men moet wel rekening houden met het fiscaal pakt.
- Daartoe werden een aantal aanbevelingen gedaan die rekening houden met het fiscaal pakt en later verder onderzocht en uitgewerkt kunnen worden.
Keuze van het inzamelsysteem volgens het plan010
a. uiteindelijk zal de gemeente kunnen kiezen tussen twee soorten ophaling:
- Ophaling met bakken
- Ophaling met zakken
b. De gemeente kan beide systemen combineren over verschillende fracties (bv. restafval in zakken en organisch afval in bakken)
c. De gemeente kan de huidige systemen blijven gebruiken ten laatste tot:
- Restafval tot 2013
- Ten laatste 2013 uniformiteit zakken- en bakkensysteem
- keuzevrijheid systeem blijft nadien
- Organisch afval tot 2013
- Tot 2013 verandert er niets (tenzij een gemeente daar zelf om vraagt). -> voor overschakeling GFT naar groen is goedkeuring nodig.
- Er is voorzien dat er in tussentijd desgewenst een proefsysteem kan worden opgestart met groenophaling in bakken.
d. De samenstelling van het organisch afval in de bak zal worden bepaald rekening houdend met de verwerkingsmogelijkheden en bijbehorende verwerkingskost van Bionerga.
Beleidskeuzes binnen Plan010
a. Onze doelstelling is om zoveel mogelijk afval te vermijden, maar NIET om altijd en overal zo weinig mogelijk afval in te zamelen
- Voor restafval: vermijden dat we sluikstorten belonen en in de hand werken.
- Voor organisch afval: belangrijke dalingen in volumes zouden kunnen leiden tot onverantwoorde verwerkingskosten. Het kan dus zijn dat we bepaalde richtvolumes moeten nastreven als we de kostprijs haalbaar willen houden.
b. Daarom voorzien we voor elke fractie een minimumvervuiling die we in ieder geval aanrekenen. Zo vermijden we sluikstorten en kunnen we sturen op richtvolumes.
- De minimumvervuiling is 60 kg/inwoner voor restafval
- De minimumvervuiling bedraagt 320 kg/gezin voor gft in de huis-aan-huisophaling (voor een richtvolume van 50.000 ton met 75% participatie in het hele gft-gebied) De wijze van aanrekenen gebeurt via abonnement voor de deelnemers en een vast kost voor elk gezin van een gft-gemeente (zie verder).
- De totale vervuiling bedraagt op dit ogenblik 100 kg/gezin voor groenafval in de huis-aan-huisophaling en wordt aan alle gezinnen aangerekend.
c. De vervuiling boven deze minimumvervuiling wordt rechtstreeks aan de burger aangerekend.
- Dit gebeurt aan reële kostprijs (variabele ophaalkost/kg en variabele verwerkingskost/kg) inclusief stabiliteitsmarge.
d. Waar huisvuilzakken worden opgehaald werken we met éénzelfde Limburg.net zak, maar er zijn overgangsmaatregelen voorzien tijdens een overgangsperiode (6 maanden).
e. Alle gemeenten met een gft-ophaling evolueren naar één inzamelsysteem en éénzelfde tarief ten laatste tegen 2013.
- Wat dat systeem en tarief zullen worden, wordt mee bepaald door de verwerking en de kostprijsindicaties voor de verschillende verwerkingsmethoden van organisch afval die Bionerga tegen dan voorziet.